WONINGEN UIT DE PERIODE 1970 – 1990

KENMERKEN SOCIALE WONINGBOUW
Duidelijk verbeterde architectuur ten opzichte van de periode 1950 – 1970 met zowel platte als hellende daken. Woningen zien er fraaier en in sommige gevallen speelser uit. Ook de afmetingen van de woningen worden groter.

Over het algemeen worden gevelkozijnen met daaronder gemetselde borstweringen toegepast. De houtzwaarte van de kozijnen is minimaal. Kwaliteit van het vurenhout is slecht. Toepassing van gevelkozijnen in hardhout (meranti en merbau) neemt toe. Omstreeks begin 1980 worden isolatienormen voor woningen gaandeweg opgenomen, waardoor het dubbele glas haar intrede doet. Later wordt ook gevel- en vloerisolatie toegepast. Vanaf 1985 nog uitsluitend dubbele beglazing (isolerende beglazing) toegepast. Naar mate verder in de periode 1980 – 1990 worden de gevelkozijnen relatief kleiner en neemt de hoeveelheid metselwerk toe, als gevolg van de voorgeschreven isolatienormen van gevels.

Op de hellende daken worden nagenoeg uitsluitend betonnen sneldekpannen aangebracht. Keramische pannen komen slechts incidenteel voor.

Zinken bak- en/of mastgoten worden geplaatst in verzinkt stalen beugels in plaats van betimmerde constructies. De goten worden ook vaak in kunststof uitvoering gemaakt.

In begin 1970 nog vaak de begane grondvloeren in beton en overige vloeren in hout. Later vrijwel uitsluitend betonnen vloeren.

Plafonds tegen de houten balken worden uitgevoerd met gipsplaten. De betonnen vloeren en wanden worden gestucd, zgn. spac-werk.

Verschillende bouwmethodieken, zoals de traditionele stapelbouwmethode, betonnen skeletbouw (geheel of gedeeltelijk geprefabriceerd), gietbetonbouw, etc. worden steeds vaker toegepast.

Lichte scheidingswanden in gips- en gasbeton blokken worden gecombineerd met metalen binnendeurkozijnen of montagekozijnen. Opdekdeuren worden steeds vaker toegepast.

Woningen steeds vaker voorzien van een c.v.-installatie. Hierbij in eerste instantie het zogenaamde gasgestookte moederhaard-systeem favoriet. Ook wijk- of blokverwarming worden regelmatig toegepast. In een later stadium worden de individuele gasgestookte staande c.v.-ketel en wandketel in de keuken toegepast. Nog later ketels meestal op zolder of in c.v.-kasten.

Tot medio zeventiger jaren nog steeds veel terazzo-vloeren in natte cellen. Deze terrazzo-vloeren worden gaandeweg verdrongen door de tegelvloeren (dubbel hardgebakken tegels in porfier en kleuren). Wandafwerkingen van natte cellen, keukens voornamelijk met wandtegels. De wanden in gemeenschappelijke trappenhuizen worden in schoon metselwerk uitgevoerd.


KENMERKEN VRIJE SECTOR WONINGBOUW
Duidelijk verbeterde architectuur ten opzichte van de periode 1950 – 1970 met ruime variatie in woningtypen met zowel platte als hellende daken. Woningen zien er fraaier en speelser uit. Ook de afmetingen van de woningen worden beduidend groter dan de vorige periode.

Over het algemeen worden gevelkozijnen met daaronder gemetselde borstweringen toegepast. De houtzwaarte van de kozijnen is minimaal. Kwaliteit van het vurenhout is slecht. Toepassing van gevelkozijnen in hardhout (meranti en merbau) neemt toe. Omstreeks begin 1980 worden isolatienormen voor woningen gaandeweg opgenomen, waardoor het dubbele glas haar intrede doet. Later wordt ook gevel- en vloerisolatie toegepast. Vanaf 1985 nog uitsluitend dubbele beglazing (isolerende beglazing) toegepast. Naar mate verder in de periode 1980 – 1990 worden de gevelkozijnen relatief kleiner en neemt de hoeveelheid metselwerk toe, als gevolg van de voorgeschreven isolatienormen van gevels. De variatie in toegepaste gevelstenen, waaronder MBI-steen (betonnen steen), gekliste kalkzandsteen (breuksteen), etc. neemt toe.

Op de hellende daken worden zowel keramische als betonnen sneldekpannen aangebracht. 
Zinken bak- en/of mastgoten worden vaak betimmerd met wbp-multiplex, schroten of dergelijke. 

Verschillende bouwmethodieken, zoals de traditionele stapelbouwmethode, betonnen skeletbouw (geheel of gedeeltelijk geprefabriceerd), gietbetonbouw, etc. worden steeds vaker toegepast. Soms wordt houtskeletbouw toegepast.

Lichte scheidingswanden in gips- en gasbeton blokken worden gecombineerd met metalen binnendeurkozijnen of montagekozijnen. Opdekdeuren worden steeds vaker toegepast. De wanden en de plafonds worden gestuct, zgn. spac-werk. Vloeren en wanden van natte cellen worden voorzien van tegelwerk. Het sanitair wordt luxer.

Woningen worden voorzien van een c.v.-installatie. Ook wijk- of blokverwarming worden regelmatig toegepast.

Ruimere toepassing van luxe in afwerkingen van trappenhuizen, galerijen, balkons, keukens, tegelwerk etc.


PROBLEMEN EN AANDACHTSPUNTEN
Let op ook in begin jaren van deze periode nog veelvuldig problematiek met de zogenaamde Kwaaitaal- en Manta-vloeren bij begane grondvloeren in eengezinswoningen
Een en ander zoals aangegeven bij de eengezinswoningen in de periode 1950 – 1970.

Ook voor de periode tot begin jaren 1980 geldt nog dat toegepaste vuren gevelkozijnen en andere gevelonderdelen vaak in meer of mindere mate onderhevig zijn geweest aan houtrot.
Vervanging van aangetaste gevelkozijnen en gevelonderdelen ook bij deze woningen al heel vaak uitgevoerd of staat binnen niet al te lange termijn nog te geschieden. Vervanging van de gevelkozijnen in hardhout, gemoffeld aluminium of kunststof en overige gevelonderdelen in het zogenaamde volkern plaatwerk neemt overhand toe.

In de periode vanaf begin zeventiger jaren tot medio begin tachtiger jaren liet bij veel nieuwbouw woningen de kwaliteit van het voegwerk zeer duidelijk te wensen over. Toegepaste voegspecie is vaak niet van de juiste samenstelling of het voegwerk is verbrand doordat gevels vooraf niet goed zijn bevochtigd.